Op reis naar Rome. Bartolomeus Beerenbroek en de monumenten van Italië

Op maandag 9 april 1770, de dag na Palmzondag, ging Bartholomeus Beerenbroek op pad voor de grootste reis die hij zou maken. Hij was 25 jaar oud en jaren daarvoor ingetreden bij de Orde van de Norbertijnen, een eeuwenoude kloosterorde. Hij ging naar Rome om daar drie jaar te studeren. Beerenbroek schreef een uitvoerig verslag over zijn reis. Hij verhaalt hoe hij reisde met postkoets en boot, hoe het bier was in de Duitse steden die hij aandeed, hoe groot en rijkversierd de kerken, en hoe indrukwekkend de monumenten die hij zag. Op 15 juni kwam hij aan in Rome, om 6 uur ’s avonds. In grote letters schrijft hij in zijn reisverslag: ‘Aen God alleen de eer en glorie In alle eeuwen der eeuwen Amen’. Tijdens zijn reis, en vooral ook tijdens kleinere reizen die hij maakte tijdens de drie jaar in Rome (hij bezocht ook Napels) beschreef hij niet alleen wat hij zag, hij maakte ook tekeningen van de plaatsen die hij aandeed. Het moeten er meer dan 70 zijn geweest waarvan er nu nog 39 over zijn. Beerenbroek laat ons meekijken met alles waarover hij zich verwonderde: de monumenten van dat verre Italië.