Nymegen

Hoe zag Nijmegen eruit in de achttiende eeuw? De Geschiedenis op rijm en in prenten geeft daarvan een indringend beeld. De nu volstrekt vergeten dichter Hans Kasper Arkstee (eind 17e eeuw-ca. 1780) bracht zijn jeugdjaren in de Waalstad en ging er weg toen hij negentien was. In Amsterdam, waar hij toen ging wonen, schreef hij in de jaren 1730 een geschiedenis en beschrijving van de stad op rijm: “Nymegen: / een schoone stad, een plaats, alom, / vermaart door haren ouderdom”, dichtte hij. Het gedicht trekt tegenwoordig weinig lezers meer, maar de aantekeningen over historische achtergronden en de prachtige gravures zijn wél bekend. Arkstee was van protestantse huize, maar het exemplaar van dit boekje uit 1738, dat nu in de Nijmeegse UB bewaard wordt, stond in de bibliotheek van een katholiek. Hij had interesse voor de geschiedenis van de stad en was lang niet altijd gelukkig met de manier waarop Arkstee die behandelde: “vuil protestant”, noteerde hij direct naast de naam van Arkstee, en verderop: “protestants boek en vol leugens”.